Luik – Stad

Luik, la Cité Ardente of de Vurige Stede, ligt daar waar de Ourthe uitmondt in de Maas, in het gebied waar de Ardennen overgaan in het heuvelachtige Haspengouw. De stad telt een kleine 200.000 inwoners, bruist van het leven en vormt zonder enige twijfel de belangrijkste toeristische stad van Wallonië.

Meer lezen...

Geschiedenis

Waar lange tijd werd aangenomen dat de stad gesticht werd in de 7e of 8e eeuw door de bisschoppen van Maastricht, heeft de opgraving van een grote Romeinse villa op de place Saint-Lambert in het centrum aangetoond dat de stad al veel vroeger een plaats van betekenis was.

Men veronderstelt dat Lambertus (bisschop van Tongeren en Maastricht) deze villa bewoonde toen hij in Luik werd vermoord. De moord op deze heilige bracht het bedevaarttoerisme op gang en zorgde ervoor dat de stad zich ontwikkelde tot het centrum van het bisdom. Mede hierdoor werd op het Sint-Lambertusplein later de Sint-Lambertuskathedraal en het paleis van de prins-bisschoppen opgericht.

Luik was gedurende meer dan acht eeuwen de hoofdstad van een onafhankelijk prinsbisdom dat eeuwenlang officieel deel uitmaakte van het (Duitse) Heilige Roomse Rijk, maar steeds meer onder Franse invloed kwam.

De eerste bloeiperiode van Luik begon onder bisschop Notger (957-971), die van de Duitse keizer de titel van prins-bisschop kreeg en die van Luik de hoofdstad maakte van het bisdom dat zich uitstrekte over het grootste deel van de huidige provincie Luik en de zuidelijke helft van de huidige provincie Namen. De stad kreeg in de 11e eeuw stadsmuren om zich te beschermen en bovenop een heuvel verrees een burcht die in de loop der eeuwen verschillende keren herbouwd is (de Citadel van Luik).

Bovendien verwierven de prins-bisschoppen van Luik in 1366 ook het graafschap Loon, dat grotendeels samenvalt met de huidige Belgische provincie Limburg. De hoofdstad Luik was verreweg de grootste van de 23 ‘Goede Steden’ (Bonnes-Villes) van het prinsbisdom.

Notger en zijn opvolgers Balderik, Wazon en Dietwin verfraaiden de stad met zeven nieuwe kapittelkerken en herbouwden de kathedraal. Door de bloei van de Luikse kapittelscholen werd de stad bekend als het “Athene van het Noorden”. Desondanks groeide de stad snel uit van een religieus centrum tot een stad waar een zelfbewuste burgerij de lakens uitdeelde. Vanaf de twaalfde eeuw kregen de inwoners van Luik verregaande rechten, waaronder het beroemd gebleven ‘Pauvre homme en sa maison est roi’ (in zijn huis is de arme koning).

De gemoederen werden in deze periode voornamelijk beziggehouden door de strijd tussen ‘les Grands et les Petits’, de Groten en de Kleinen. De Groten waren rijke patriciërs die de schepenen en raadslieden leverden, evenals de bankiers en het krijgsvolk. De Kleinen waren de ambachtsgilden en de gewone kooplui die langzaam maar zeker aan invloed wonnen. De Kleinen vonden een geboren leider in Henri de Dinant, een echte volkstribuun, die het na jaren strijd tot verkozen burgemeester van Luik zou brengen. De strijd werd uiteindelijk beslecht in 1316 met de vrede van Fexhe, waarna de (kleine) ambachtsgilden een overwicht kregen in het stadsbestuur en de (grote) heersende klasse meer bevoegdheden kreeg op het gebied van rechtspraak. Een en ander ging wel ten koste van de macht van de prins-bisschop.

In de 12e eeuw kwam de Maaslandse kunst tot bloei. Luikse edelsmeedkunst, beeldhouwkunst en geïllumineerde handschriften uit die periode, zoals het doopvont van Reinier van Hoei in de Sint-Bartolomeüskerk, de Vierge de Dom Rupert, het reliekentriptiek van Sainte-Croix en het evangelarium van Arenberg (alle in het Grand Curtius), behoren tot de topwerken van de renaissance van de twaalfde eeuw.

Tot 1795 werd Luik geregeerd door de Luikse prins-bisschoppen, al wordt de geschiedenis toch gekenmerkt door talloze conflicten tussen het prinsbisdom en de buurlanden (o.a. Luiks-Brabantse oorlogen). Daarbij moesten de prins-bisschoppen diverse malen bescherming in het naburige Maastricht.

Het prinsbisdom Luik bleef in grote mate onafhankelijk, ook toen de hertogen van Bourgondië en later de Habsburgse koningen van Spanje de Nederlanden onder hun gezag verenigden. De Bourgondiërs zorgden er wel voor dat er geen vijandig gezinde prins-bisschoppen werden benoemd. Enkel in 1468 moest de stad de duimen leggen voor de Bourgondische Hertog Karel de Stoute en Lodewijk XI van Frankrijk. De heldhaftige poging van de 600 Franchimontezen om Karel de Stoute en Lodewijk XI gevangen te nemen mislukte en de stad werd grotendeels verwoest, waarbij een kwart van de 20.000 inwoners het leven zou hebben gelaten. Het herstel duurde vele tientallen jaren.

Terwijl in omliggende steden de Reformatie veel aanhang had, wisten de Luikse bisschoppen de hervormingspredikers buiten de stadsmuren te houden. De beeldenstormen van 1566 en 1567 gingen eveneens aan de stad voorbij. In het najaar van 1568 belegerde Willem van Oranje Luik drie dagen lang zonder succes; zijn troepen plunderden het Luikse platteland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog trachtten de bisschoppen van Luik neutraal te blijven tussen de strijdende partijen.

Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde Luik tot een belangrijk centrum van de metaalindustrie, met name van wapenindustrie en –handel. De rijk geworden ondernemers bouwden hun stadspaleizen langs de Maas, waarvan het ‘Palais Curtius’ een prachtig voorbeeld is. Het bisschoppelijk paleis en andere gebouwen werden vernieuwd in de stijl van de Luikse renaissance. In de 17e en meer nog in de 18e eeuw bloeiden de kunsten.

De Luikse Omwenteling, waarbij de prins-bisschop werd verdreven, vond in augustus 1789 plaats, een maand na de Franse Revolutie. De Luikse republiek hield echter slechts stand tot 1795, waarna de stad werd ingelijfd bij Franrijk. In 1794 verwoestten Luikse burgers samen met Franse revolutionairen, de gotische Sint-Lambertuskathedraal, het gehate symbool van het ancien régime. De lege plaats daarvan vormt de huidige place Saint-Lambert. Bij het herstel van het bisdom in het begin van de 19e eeuw werd de Sint-Pauluskerk verheven tot kathedraal.

Ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I werd in 1817 de ‘Université de Liège’ gesticht. In diezelfde periode werd Luik en omgeving een belangrijk centrum van mijnbouw en staalindustrie, waardoor de stad tot grote welvaart kwam. In de eerste helft van de 20e eeuw werden in de stad drie wereldtentoonstellingen georganiseerd: die van 1905 en 1930 en de ‘Exposition internationale de la technique de l’eau’ van 1939.

De forten die vanaf 1887 gebouwd werden rond Luik, vormden de basis van de eerste veldslag van de Eerste Wereldoorlog van 5 tot 15 augustus 1914. De Duitse legermacht verwachtte geen weerstand van het Belgisch leger op haar tocht naar Frankrijk en het taaie verzet van de Luikse forten trok dan ook wereldwijde aandacht en beïnvloedde waarschijnlijk gevoelig het verloop van de oorlog. Luik was ook de eerste stad die door een Duitse Zeppelin vanuit de lucht gebombardeerd werd. De Franse regering onderscheidde de stad Luik met het Grootkruis van het ‘Légion d’honneur’. Ook in de Tweede Wereldoorlog vonden in en nabij Luik hevige gevechten plaats.

Bezienswaardigheden

Als grootste toeristische stad van Wallonië bezit Luik talloze te ontdekken rijkdommen. De Maas die de stad van zuid naar noord doorkruist, de steile, beboste heuvels die haar omringen, haar opvallend reliëf dat vele originele perspectieven oplevert en haar typische wijken verlenen de stad Luik bijzonder veel charme.

Een sterk aanwezige folklore die de joviale, feestlustige bewoners in ere houden, levendige wijken en talrijke restaurants zorgen ervoor dat Luik absoluut een halte moet vormen tijdens elk bezoek aan België. En dan hebben we nog niets gezegd over het intensieve, culturele en artistieke leven, en een fantastisch architecturaal erfgoed.

Aan de rand van de stad zijn er ook talrijke wandelingen en toeristische bezoeken mogelijk.

Pont de Fragnée

De Fragnéebrug werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1905, naar het model van de ‘pont Alexandre-III’ in Parijs. Langs beide kanten van de brug kunnen we twee met fijn goud vergulde ‘renommees’ (trompet spelende engelen) bewonderen.

Eglise Saint-Vincent

Het is niet duidelijk wanneer het eerste heiligdom opgericht werd in de wijk Fétinne waar de Ourthe in de Maas stroomt. Wel is geweten dat er een afzonderlijke parochie opgericht werd rond 1300. De geschiedenis van de kerk is vooral gekenmerkt door tegenslag en rampen. Het terrein is immers laag gelegen ten opzichte van het water, wat het heiligdom kwetsbaar maakt voor overstromingen. Eén van de ergste overstromingen had plaats in 1643, toen de kerk omzeggens verwoest werd door het water. Zij werd echter twintig jaar later opnieuw opgebouwd.

Het is tegen het einde van de jaren 1920 dat de geestelijke Jules Hannay (1878-1952) de bouw van de nieuwe kerk op zich neemt, volgens de plannen van architect Robert Toussaint (1900-1975). De kerk heeft een betonnen structuur en een koperen koepel.

Het monument voor de Intergeallieerden

In 1925 werd Luik gekozen als plaats voor de oprichting van een monument van de geallieerden, omdat Luik tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst serieus verzet had kunnen bieden aan de Duitse invasie. De bouw van het monument werd gefinancierd door openbare en private inschrijvingen uit de geallieerde landen.

Het Monument is een herdenkingsmonument in het stadsdeel Cointe van Luik dat in het interbellum werd gebouwd ter ere van de geallieerde oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog. Het art-deco-monument omvat de toren als civiel monument, de Heilig Hartkerk als religieus monument, alsmede een esplanade.

De Heilig Hartkerk

De plannen van architect Joseph Smolderen worden gekozen voor de bouw van deze kerk. De werken nemen een aanvang in 1928. In 1936 is de kerk afgewerkt en wordt zij ingewijd. De kerk wordt in 2010 gedesacraliseerd en in 2011 geklasseerd als monument. Sindsdien is zij te koop.

De toren

De deelnemende landen (België, Italië, Frankrijk, Roemenië, Spanje, Griekenland, Polen, Rusland en het Verenigd Koninkrijk) hebben in de crypte van de toren hun eigen nationale monumenten. Eveneens hebben alle een monument in open lucht op de esplanade.

In 1949 werd de Belgische staat eigenaar van de toren. In 1962 werd overgegaan tot restauraties, met name van de schade van de zware luchtaanvallen die het monument tijdens de Tweede Wereldoorlog getroffen hebben. De tweede ingebruikname vond op 20 november 1968 plaats in aanwezigheid van koning Boudewijn. Sinds 1985 zijn kerk en toren beperkt open voor publiek. In 2007 is in opdracht van de Regie van Gebouwen opnieuw begonnen met restauratie.

Stadhuis

Wordt traditiegetrouw ‘La Violette’ genoemd naar de banier van het huis dat de stadsraad in de middeleeuwen huisvestte. Het werd vernietigd in 1468 en 1691 en heropgebouwd in classicistische stijl tussen 1714 en 1718. Binnenin bevinden zich opmerkelijke decors in gesculpteerd hout.

Paleis van de prins-bisschoppen

Uitzonderlijk architecturaal complex (koer, zuilengalerij, 1525 ; hoofdgevel, 1734; westelijke vleugel, 1849) nu ingenomen door het justitiepaleis en de provinciale administratie. Het was prins-bisschop Everhard van der Marck die het in 1526 zijn huidige vorm gaf. Het gebouw omvat twee binnenpleinen waarvan het eerste voor het publiek toegankelijk is. Met 60 kolommen met bovenop kapitelen die rijkelijk zijn versierd met gefantaseerde menselijke figuren en groteske maskers. Zij zijn allemaal verschillend en illustreren de stromingen van de humanistische gedachte in de renaissance en de ontdekking van de Nieuwe Wereld.

Place Saint-Lambert

Tot de Revolutie (1794) werd deze ruimte bijna volledig ingenomen door een grote kathedraal gewijd aan Maria en aan Sint-Lambertus, die hier werd vermoord (rond 705). De plaats van de muren wordt vandaag aangegeven met metalen pijlers en het oude plan is overgenomen in de bestrating.

Place du Marché (Marktplein)

De ‘Place du Marché’ of het marktplein was de grote markt van de stad van bij haar ontstaan tot in de XIXde eeuw. Als centrale plaats voor handel en burgerlijke vrijheden vormde het de scène voor grote lokale evenementen. De meeste huizen dateren van eind XVIIe en XVIIIe eeuw.

Perron

Monument dat de vrijheden van het Luikse volk symboliseert. Fontein met perron: bovenaan de groep van de Drie Gratiën (Jean Del Cour) die een dennenappel met een kruis vasthouden. Na de verwoesting van Luik in 1468 door Karel de Stoute werd het monument naar Brugge meegenomen en in 1478 door zijn dochter Maria van Bourgondië teruggegeven.

Fontein van de Traditie

Heropgebouwd in 1719. Op drie zijden staan bas-reliëfs van Georges Petit (1879-1958) die verwijzen naar typische elementen uit de Luikse folklore: marionetten, ‘botteressen’ (vrouwelijke figuur met korf die boodschappen en goederen ronddraagt) en ‘cramignons’ (volksdans).

Fontein Montefiore

Waterdraagster van Léopold Harzé (Luik 1831-1893). Er bevinden zich verschillende andere fonteinen van dit type verspreid over de stad.

Kapittelkerk van Saint-Barthélemy

Deze kapittelkerk is een gebouw in kolenzandsteen uit de XIde en XIIde eeuw. Het interieur werd in de XVIIIe eeuw in barokstijl heringericht. De buitenkant werd recent in de originele stijl gerestaureerd.

Binnen: doopvont, meesterwerk van de edelsmeedkunst van begin XIIde eeuw. De reliëfs op de doopvont getuigen van een dusdanig meesterschap dat ze beschouwde worden als een van de “Zeven Wonderen van België”.

Op het plein: ‘Les Principautaires’, beeld van Mady Andrien (1992). Dit symboliseert de staalindustrie en de strijd van het volk tegen de prins-bisschoppen.

Grand Curtius

Genoemd naar de beroemde Luikse munitieleverancier Jean de Corte bijgenaamd Curtius (1551-1627). Dit museumcomplex verenigt collecties van religieuze kunst en Maaslandse kunst, wapens, sierkunsten, glaswerk en archeologie. Het bestaat uit verschillende gebouwen uit verschillende periodes en in andere stijlen.

Cour Saint-Antoine

Gebouwenblok met appartementen en huizen ontworpen door architect Charles Vandenhove (1979) waarin een groep constructies uit de XVIIde en de XVIIIde eeuw van ‘Hors-Château’ zijn geïntegreerd. Fonteinsculptuur Tikal geïnspireerd op de Maya’s (1982).

Montagne de Bueren (374 treden)

Dit is een kunstwerk kenmerkend voor de XIXe eeuw toen doorgangen een directe toegang van de kazerne van de Citadel naar het stadscentrum mogelijk maakten. Deze trappen herinneren door hun naam aan de mislukte aanval van de zeshonderd inwoners van het naburige dorp Franchimont tijdens de avond van 29 oktober 1468 tegen de legers van Karel de Stoute en Lodewijk XI. Een van hun leiders, Vincent de Bueren, gaf zijn naam aan deze plaats.

Hors-Château

De mooiste buurt in het oude Luik die haar naam dankt aan haar ligging buiten de eerste omwalling (Xde eeuw). ‘Hors-château’ betekent letterlijk buiten het kasteel. Vanaf de XIVe eeuw werd het de wijk van de adel en de religieuze instellingen. Heeft oude patriciërswoningen uit de XVIIe en XVIIIe eeuw waarvan sommige met kostbare gevelstenen zijn versierd. Steegjes: typische zijstraatjes waar het personeel van de herenwoningen van Hors-Château woonde.

Ursulinenklooster

Gemeenschap van zusters die haar naam heeft gegeven aan een van de naburige steegjes.

Fontein Saint-Jean-Baptiste

Bronzen beeld (1667) en basreliëf (doop van Christus) van Jean Del Cour (1631-1707).

 

Pin It on Pinterest

Share This