La Roche – Stad

La Roche-en-Ardenne is de drukbezochte hoofdstad van la Coeur de l’Ardenne, het centraal gelegen hart van de Ardennen. De stad ligt aan een brede bocht van de Ourthe. Hier monden vier bergbeken uit vanuit de diep ingesneden dalen Beronze, Royen, Pierreux en Hermeux. Het stadje is omringd door 1.560 hectare bos en wordt geheel gedomineerd door de ruïne van een middeleeuwse burcht uit de XIe eeuw. Deze burcht staat op een uitloper van de Deister, een rotsachtig plateau boven de stad. De resten van de ingangstoren, de toren van de kapel en de Saracenentoren bleven bewaard en een wandelpad leidt naar de Sint-Magaretakapel. Vanaf de burcht heeft men een indrukwekkend uitzicht over een groot deel van de Ourthevallei en de stad. De inwoners van La Roche beweren dat men bij mooi weer tijdens de schemering de geest van gravin Bertha op de muren kan zien en inderdaad van half juli tot half augustus zweeft bij valavond het huisspook boven de muren van het kasteel…

Meer lezen...

Geschiedenis

Onderzoek in de omgeving heeft aangetoond dat de streek al lang voor onze jaartelling bewoond was. Op de site van Le Cheslé (die gedeeltelijk op het grondgebied van La Roche gelegen is) worden nog steeds archeologische opgravingen gedaan door de ULB. Le Cheslé dateert uit de periode van 850 tot 520 voor Christus en wordt terecht beschouwd als één van de belangrijkste Keltische sites van België. Een andere belangrijke archeologische vindplaats in de omgeving is de site van Le Cheslin, in Warempage (Ortho). Op deze site vindt men een vesting uit de Gallo-Romeinse periode (IIIde en IVde eeuw). Ze diende vroeger tijdens oorlogen of invallen als schuilplaats voor de bevolking. Archeologische opgravingen hebben talrijke overblijfselen, zoals waterreservoirs, omwallingen en torens, alsook de plaats van een oude molensteen blootgelegd. Opvallend zijn de talrijke kleine gaatjes, uitgehakt in de rotsgrond, die dienden om de stutpalen van de houten hutten te verankeren. Andere overblijfselen die wijzen op bewoning, werden eveneens in ere hersteld. Voorbeelden daarvan zijn de Romeinse villa van Hives, de restanten van de antieke graven in Beausaint of de “Vallée des tombes”.

De Burcht

De burcht, waarvan de ruïne nog steeds te bewonderen is, ligt zeker mee aan de oorsprong van de stad. Zij is gebouwd op een rots die boven de Ourthe uitsteekt en ze beschermde een belangrijk knooppunt van handelsroutes en waterwegen. Dank zij de burcht werd La Roche een halte op de handelsroute van Engelse wol naar Lombardije. In 1199 werden de graafschappen Luxemburg, La Roche en Durbuy samen met de abdijen van Stavelot en Echternach toegewezen aan Ermesinde II van Namen en haar echtgenoot Theobald I van Bar. In 1331 kreeg La Roche van Jan de Blinde (1296-1346), koning van Bohemen en Polen en graaf van Luxemburg, stadsrechten alsmede de toestemming om vestingmuren te bouwen. Op het einde van de XVIIe eeuw veranderde het uiterlijk van de burcht onder Franse bezetting volledig. Lodewijk XIV (1638-1715) koos haar als logistieke basis voor de koninklijke troepen die ten strijde trokken tegen Luik en Aken. Onder leiding van de heer de Candau, leerling van markies de Vauban (1633-1707), werden de muren van de burcht versterkt, werden kazematten (geschutstorens) gebouwd, werd een artillerieterras aangelegd en werd het bouwwerk met tonnen aarde bedekt om op die manier weerstand te kunnen bieden tegen vijandelijk artilleriegeschut. In de stad werden broodovens gebouwd die volstonden om meer dan 3.000 rantsoenen brood per dag te bakken.

Na de Vrede van Utrecht (1713) kwam de regio onder Oostenrijks bewind. Aanvankelijk wilde men van de vesting een gevangenis (een ‘maison de force’) maken, maar dit ging niet door en het kasteel geraakte in verval nadat het in 1721 ernstig beschadigd werd door een brand na een blikseminslag.. Het werd door de bevolking van de stad gretig gebruikt om er stenen te halen voor hun eigen woningen en in de XIXe eeuw kweekte men zelfs groenden op de binnenplaats van het bouwwerk.

In 1995 werden grootse opgravingswerken gelanceerd door de vzw “Sauvegarde du patrimoine historique rochois”. Verschillende zalen, de burchtkapel en allerhande voorwerpen werden tijdens die campagne opgegraven.

De tweede wereldoorlog

La Roche werd op 10 september 1944 bevrijd, maar tijdens het Von Rundstedt offensief op het einde van de tweede wereldoorlog, werd de stad opnieuw ingenomen door de Duitsers en omzeggens van de kaart geveegd. De geallieerden wilden de bevoorradingslijnen van de Duitse troepen elimineren en bestookten de stad in een eerste fase met artillerievuur en in een tweede fase met luchtbombardementen. De balans was zwaar: 116 burgerslachtoffers. De stad werd op 11 januari 1945 definitief bevrijd door de Britse en Amerikaanse troepen. De bevolking, gesteund door de steden Hoei en Ath, ging al snel over tot de wederopbouw van hun stadskern.

De stad

Het grondgebied van de stad La Roche-en-Ardenne ligt bijna uitsluitend in de vallei van de Ourthe (op een hoogte van 207 meter); de dorpen daarentegen liggen op het plateau des Tailles (rechteroever van de Ourthe) of op het plateau de Bastogne (linkeroever).

Het Musée de la Bataille des Ardennes is geheel gewijd aan de slag om de Ardennen. Tijdens het Ardennenoffensief werd het stadje voor 90% verwoest en het is dan ook niet toevallig dat het museum de herinnering hieraan levendig wil houden. Levensgrote geüniformeerde poppen die Amerikaanse, Engelse, Duitse en Schotse soldaten voorstellen, worden tentoongesteld. Tanks, motoren, wapens, EHBO-blikken en andere rekwisieten zijn verspreid over drie verdiepingen en roepen taferelen van het strijdtoneel op. Wandkaarten brengen aanval- en verdedigingslinies in beeld en filmfragmenten geven de bevrijding van de stad weer.

De Eglise St-Nicolas dateert uit de XIe eeuw, maar werd herhaaldelijk herbouwd. Men kan er nog oude graf- en gedenkstenen aantreffen, evenals een houten piëta en een beeld van St-Eloi dat rond 1600 gebeeldhouwd werden. De glasramen van Marie-Louis Landot die tussen 1981 en 1983 werden geplaatst, zijn eveneens een bezoekje waard.

In Les Grès de La Roche tonen ambachtelijke pottenbakkers trots hun karakteristiek grijsblauw aardewerk.

Op de parking tegenover het Hotel du Chalet werd op 11 januari 2000 de Britse Achilles Anti Tank, SP 17, ingehuldigd ter gelegenheid van de 55e verjaardag van de bevrijding van de stad. Deze tank is een eerbetoon aan de 1ste Northamptonshire Yeomanry die de 51e Highlanddivisie (Black Watch) ondersteund heeft tijdens het tegenoffensief van de slag om de Ardennen. Hij werd gerestaureerd door het Museum van de slag om de Ardennen in samenwerking met de stad La Roche.

Op de parking aan de Quai de l’Ourthe kan men een Amerikaanse tank (Sherman M4A1) met een 76 mm kanon ontdekken, die daar is neergezet als eerbetoon aan de 2de en 3de pantserdivisies van de Amerikanen die het Duitse leger tot staan brachten in december 1944 en die La Roche en omgeving bevrijdden in januari 1945 tijdens de slag om de Ardennen. De tank werd gerestaureerd door het 1/3 regiment lansiers van Marche-en-Famenne en werd onthuld op 17 december 2004, ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de slag om de Ardennen.

Vanuit economisch standpunt steunt de welvaart van La Roche hoofdzakelijk op het toerisme, de landbouw en de bosbouw. De intercommunale vzw “Parc Naturel des deux Ourthes” heeft tot doel deze activiteiten te ondersteunen inzake milieubescherming, natuurbehoud, ruimtelijke ordening en rurale en economische ontwikkeling. Het natuurpark strekt zich uit over een oppervlakte van 71.057 ha, wat overeenstemt met het volledige grondgebied van de zes gemeenten die het initiatief steunen: La Roche-en-Ardenne, Houffalize, Bertogne, Gouvy, Tenneville en Sainte-Ode.

Het monumentale erfgoed is uitstekend vertegenwoordigd in La Roche, zowel in de stad als in de dorpen: talrijke boerderijen en kerken zijn geklasseerd en opgenomen in gespecialiseerde werken.

Hoewel het misschien minder gekend is en ten onrechte minder wordt gewaardeerd, weerspiegelt het kleine volkspatrimonium (‘petit patrimoine populaire’) de mentaliteit en het leven van de inwoners van vroeger. Potales (nissen), kapellen, croix de finage of croix de rogation (kruisbeelden voor plechtigheden tijdens de kruisdagen) bevatten religieuze elementen uit het verleden. Waterputten (Mierchamps, Ronchamps) en drinkplaatsen (Beausaint) lijken te wijzen op het bestaan van een voormalig gebruik- en landbouwsysteem. De monumenten voor de doden (Ortho, La Roche-en-Ardenne) ten slotte herinneren aan de voorouders die zich opgeofferd hebben voor onze vrijheid.

Het spook Berthe van La Roche

Een inwoner van La Roche zal je graag vertellen dat soms bij valavond Gravin Berthe van La Roche over de ruïnes van de burcht op de plaats van haar overlijden ronddwaalt en hij zal niet aarzelen je het volledige verhaal te doen:

Een heer van La Roche had als enige erfgename zijn dochter Berthe die alom bekend was om haar zachtzinnigheid en verblindende schoonheid. Om zijn erfenis veilig te stellen organiseerde hij een groot tornooi in zijn kasteel. De hand van de bloedmooie Berthe zou toebehoren aan de ridder die in een eerlijke strijd al zijn rivalen zou overwinnen.

De eerste ridder die zich aanbood was de Graaf van Montaigu, die nochtans trouw had gezworen aan gravin Alix de Salm. Hij was een beer van een kerel, fier op zijn kracht, die tot nu toe door geen enkele tegenstander verslagen was en het was dan ook niet verwonderlijk dat niemand zich geroepen voelde het tegen hem op te nemen. Toen de gestelde tijdslimiet bijna verstreken was, verscheen echter een frêle, kleine ridder op het strijdtoneel die de graaf van Montaigu in een daverende lach deed uitbarsten. Een ogenschijnlijk al te ongelijke strijd ving aan voor het oog van de aanwezige ridders, edelvrouwen en freules.

De graaf van Montaigu besteeg zijn strijdros, nam zijn lans ter hand en stortte zich spoorslags op zijn tegenstander, die slechts gewapend was met een licht harnas. De ridder slaagde er echter in door een handig manoeuvre de aanval te ontwijken. De graaf draaide zich geërgerd om en stormde opnieuw op zijn aanvaller toe. Maar wat hij ook probeerde, hij slaagde er niet in de ridder te raken. Op een bepaald ogenblik hield de ridder echter zijn paard in waarop de graaf zijn kans schoon zag om zijn zwaard te zwaaien en flitsend uit te halen naar de onvoorzichtige ridder. Deze laatste dook weg waardoor de graaf zijn evenwicht verloor en kletterend op de grond terecht kwam. Nog voor hij zich realiseerde wat hem overkwam had de ridder een dolk getrokken, zijn hoofd achterover geduwd en zijn keel overgesneden.

De gelukkige vader begeleidde het nieuwe paar fier naar de bruidskamer in de slottoren en wachtte hen de volgende morgen vol ongeduld op om de regeling te formaliseren. Maar de zon kwam steeds hoger aan het firmament te staan zonder dat het koppel de bruidskamer verliet en uiteindelijk besteeg de vader de toren om hen te wekken, maar hoe hij ook klopte, een antwoord bleef uit. Hierdoor verontrust liet hij de deur inbeuken om vervolgens vast te stellen dat de kamer leeg was en dat het raam openstond.

De radeloze vader haastte zich met een sprong naar het raam en keek met afgrijzen naar de diepe afgrond onder de burcht. Op de rots aan de oever van de Ourthe lagen twee gedaanten met elkaar verstrengeld, de ene zwart, de andere wit. De mysterieuze ridder was niemand anders dan de vermomde gravin Alix de Salm, die een verbond had gesloten met de duivel om zich te wreken op de graaf van Montaigu en de mooie Berthe van La Roche…

 

Pin It on Pinterest

Share This