Durbuy – Stad

Het grondgebied van de gemeente Durbuy strekt zich uit over de Condroz, de Famenne en de Ardennen. Het overgrote deel ligt in de Famenne, met een kleinere hoek in de Condroz in het noordwesten en enkele beboste en steile heuvelruggen in de Ardennen in het oosten. Het stadje noemt zichzelf het kleinste stadje ter wereld en biedt de aanblik van een typisch Ardeens stadje aan de oevers van de Ourthe. In 2007 werd Durbuy, samen met negen andere Europese steden, door de Europese Commissie erkend als “Destination rurale d’excellence” en is dus zeker een bezoekje meer dan waard.

Meer lezen...

Geschiedenis

De geschiedenis van de streek gaat terug tot de prehistorie, aangetoond door verscheidene vuurstenen voorwerpen die gevonden zijn op het plateau van Mont-St-Rahy op het grondgebied van Tohogne en Bomal. Er werden ook verschillende vondsten gedaan in de grotten van Juzaine, Verlaine, Villers Ste Gertrude… Desondanks zijn het vooral de megalieten van Wéris en Oppagne uit de late steentijd of het neolithicum die de aandacht van de bezoeker trekken. Het gaat hier om de mooiste verzameling goed bewaarde dolmens en menhirs in België. Voor de hunebedden en menhirs maakten de mensen uit het neolithicum vooral gebruik van de puddingsteen van Wéris – een conglomeraat van rolstenen uit quartz, zandsteen, silex, samengehouden door een fijn en hard natuurlijk zandcement.

In de streek zijn ook sporen gevonden van Romeinse aanwezigheid, Frankische graven en bouwwerken uit de feodale tijd, zoals het kasteel van Durbuy. Dit kasteel vormde waarschijnlijk de oorsprong van de stad en gaat terug tot de XIe eeuw. Reeds in 1331 kreeg Durbuy, als hoofdplaats van het graafschap, stadsrechten. De stadswallen die opgericht werden om de stad beter te kunnen verdedigen zijn vandaag verdwenen, maar men neemt aan dat het grondplan van de oude stad onveranderd is gebleven. De donjontoren van Izier dateert eveneens uit de Middeleeuwen, evenals verscheidene Romaanse kerken die men aantreft in verschillende gemeenten en gehuchten. De Notre-Dame van Borlon is op haar beurt een uitzonderlijk voorbeeld van de gotische architectuur van de Condroz. In Durbuy vindt men de St-Nicolas-kerk die in 1632 gebouwd werd door de orde van de Récollets die zich in de stad vestigde. In 1663 bouwden de Récollectines een belangrijk klooster in Durbuy. Zij werden in 1792 echter verjaagd tijdens de Franse Revolutie. Het ging om een pension voor dochters van rijke families dat beschikte over een eigen kapel die vandaag verdwenen is. De kloostergebouwen zijn bewaard gebleven en worden nu gebruikt als hotel-restaurant.

Vanaf de Romeinse periode is het bestaan van verscheidene metaalhoudende sites bekend. Men heeft voornamelijk ijzererts, zoals limoniet, hematiet en of pyriet gewonnen. De aanwezigheid van grote beboste oppervlaktes, van een dicht waternetwerk en van de mineralen maakte het mogelijk dat een vroege metaalindustrie het licht zag. Tussen 1527 en 1575 bestonden er 34 ovens en smidsen in de streek van Durbuy. Men schat dat meer dan 2000 personen betrokken waren bij deze metaalproductie.

Aan de oevers van de Ourthe staat op een rots het ‘haut chastial’. De plaats waar de burcht gebouwd is, is zeker geen toeval. Zij moest de stad en het domein verdedigen en zicht houden op het verkeer en de grenzen. Dit monumentaal geheel ligt op een uitstekende heuvel van kalkrotsen boven aan de Ourthe en is meermaals aangepast door de geschiedenis heen. Vroeger waren de burcht en de rest van de stad omringd door een arm van de rivier, die in 1725 werd drooggelegd. Het huidige grijze kasteel van de graven van Ursel werd gebouwd in de XVIIe eeuw en in 1880 volledig verbouwd en voorzien van twee hoge torens.

In dezelfde straat als het Kasteel treft men ook de Halle de Blés aan, een graanschuur in stukwerk opgetrokken die erg zeldzaam is in Wallonië.

De Stad

De oude stad Durbuy heeft veel van zijn uitzicht uit het verleden bewaard. De gebouwen kennen een opmerkelijke homogeniteit en dateren voornamelijk uit de 17de en 18de eeuw. Dat maakt van Durbuy één van de toeristische juwelen van het zuiden van België. In het algemeen wordt in de traditionele woning in Durbuy kalksteen, baksteen en minder vaak hout gebruikt.

Durbuy is een lieflijk stadje met middeleeuwse straatjes en huizen in plaatselijke grijze steen en ligt voor het grootste gedeelte op de rechteroever van de Ourthe, tussen steile en beboste hellingen die het als het ware gekneld houden.

Op één van de hellingen treft men de beroemde anticlinaal aan, de « Roche de la Falize », die bestaat uit massieve dolomietische kalkrotsbanken (halfcirkelvormige lagen kalksteen). Ze is mooi recht en bijna symmetrisch, en de lagen hebben een koepelvormige structuur. In de volksmond heet deze falize de Roche aux Corbeaux (Ravenrots), omdat de zwarte vogels graag langs de rotswand zweven.

 

Pin It on Pinterest

Share This