Bernistap – Kanaal

Toen de Nederlanden, na de uiteindelijke nederlaag van Napoleon Bonaparte in 1815, weer verenigd werden, maakte koning Willem I, die de soeverein werd van dit veelbelovende land, er een punt van eer van de economie optimale kansen op ontwikkeling te bieden. De aanleg van bevaarbare kanalen werd gezien als een cruciale factor in deze politiek, hetgeen gematerialiseerd werd in het graven van de kanalen Gent-Terneuzen en Brussel-Charleroi.

Meer lezen...

Het wegennet in het Luxemburgse deel van het rijk was erbarmelijk en Willem I besliste het economisch isolement te doorbreken door de aanleg van een verbindingskanaal tussen het Maas- en het Rijnbekken (via de Moezel) voor vaartuigen met een capaciteit tot 40 ton. Een groot obstakel was evenwel een 490 meter hoge heuvel van leisteen en graniet, ten oosten van Bernistap, een dorpje van een voorschoot groot – een boerderij, enkele huizen en een varkenskot… In deze heuvel werd een diepe kunstmatige vallei gegraven, maar het hoogste deel zou gerealiseerd worden door middel van een tunnel van 2528 meter door de heuvel. Men begon in 1829 met de werken, maar de Belgische revolutie van 1830 maakte een eind aan de activiteiten, toen men 1130 meter ver was.

Men kan een aangename wandeling maken langs het kanaal, waarbij de moeilijkste fase erin bestaat het pad te vinden. Iets ten noorden van Buret kijkt men best uit naar de imposante Bernistaphoeve midden in het landschap. Schuin tegenover deze hoeve ligt nog ongeveer een kilometer van het kanaal dat men kan volgen in de richting van het Groothertogdom Luxemburg tot de eigenlijke tunnel.

Aan beide zijden van het kanaal, dat reeds 170 jaar aan verwaarlozing is overgelaten en op dit ogenblik bijna geheel overwoekerd is door plantengroei, ziet men hopen afgegraven leisteen met ertussenin de restanten van het kanaal waarvan het water zich moeizaam een weg zoekt door het landschap. De toegang tot de tunnel is praktisch helemaal verdwenen onder de aarde die meegevoerd wordt door het stroompje. Het is bijna niet te geloven dat de tunnel bedoeld was voor boten met veertig ton vracht. Maar de hoogte van de tunnel bedroeg indertijd vier meter en het kanaal had een diepgang van ongeveer 2,5 meter. Op regelmatige afstanden bevonden zich metalen haken die de binnenschippers moesten toelaten hun boot door de duisternis naar de uitgang te loodsen.

 

Pin It on Pinterest

Share This