Beho – Gemeente

Indien je in de buurt bent, is een uitstapje naar Beho een aanrader, ook al staat het (omwille van zijn afgelegen ligging?) niet zo hoog genoteerd op de toeristische bestemmingen. Het dorpje met een bevolking van 301 inwoners, ligt op de hoge Ardeense plateaus boven 500 meter, in de uiterste oostelijke punt van de gemeente Gouvy.

De naam van de gemeente vindt haar oorsprong in het Germaanse bôk-holt (beukenbos) en wordt in de loop der tijden met verschillende benamingen aangeduid: Bocholt (1135), Boecholte (1446) en wordt in het Waals nog steeds uitgesproken als Buhô.

Meer lezen...

Tussen 1830 en 1920 was Beho de enige Duitstalige Belgische gemeente buiten de streek van Aarlen, maar de inwoners leerden Waals om te kunnen praten met de inwoners van het gehucht Commanster, dat deel uitmaakte van de gemeente Beho tot het in 1977 overgedragen werd aan Vielsalm. Sinds 1930 beschouwen de meeste inwoners zich als Franstalig.

Het dorpje omvat een aantal gebouwen uit de XVIIIe en XIXe eeuw, maar is vooral bekend omwille van de Sint-Pieterskerk.

Sint-Pieterskerk

De indrukwekkende vierkante toren van 26 meter hoog werd gebouwd na de eerste kruistocht, tegen het jaar 1100 en is ouder dan het schip. De scherpe achthoekige spits rust op een vierkante basis. De toren uit natuursteen is verbreed tot aan een eikenhouten galerij die om de toren heen opgetrokken is. De balustrade van de galerij wordt op de westelijke zijde onderbroken door een houten loggia die een uitbouw vormt, gedragen door drie mascarons in de vorm van heksenhoofden. Boven op de loggia staat een smeedijzeren kruis. Vanaf de galerij werden de relikwieën van de kruistocht aan de bevolking getoond. De loggia en de overkapping van de galerij zijn gerestaureerd in 1713 en vertonen daardoor de karakteristieke stijl van Lodewijk XIV. Langs de kant van de weg werd onder een afdak van leisteen een missiekruis aangebracht in 1864.

Volgens een bul – ondertekend door paus Johannes XXII in Avignon – werd het schip van de kerk reeds in 1326 gebouwd. In 1712 was de kerk danig vervallen, vooral het schip was er slecht aan toe. Het schip werd afgebroken en herbouwd op dezelfde plaats met de originele materialen. De datum 1712 werd boven de ingang gegraveerd, evenals (denkt men) het wapenschild van de graven van Salm. Dit laatste is echter onzeker vermits de gravures op het einde van de XVIIIe eeuw omzeggens onleesbaar zijn gemaakt door de Franse sansculotten.

De voornaamste stukken van het kerkmeubilair werden gebeeldhouwd uit eik door Meester Jean-George Scholtus van Bastenaken. De stijl ervan kan gesitueerd worden tussen deze van Lodewijk XIV en deze van Lodewijk XV. Van het meubilair van de oorspronkelijke kerk werd alleen een beeld van Onze Lieve-Vrouw van Smart bewaard.

Het hoofdaltaar is in feite te groot voor deze kleine kerk. Het was oorspronkelijk bedoeld voor een kerk in Trier, maar omwille van politieke spanningen is het daar nooit geraakt. Het vormt een harmonieus en waardevol geheel, uit eik gebeeldhouwd en versierd met 6 beelden. Bovenaan staat het beeld van Sint Sebastiaan. Iets lager, aan de twee uiteinden van het retabel staan de beelden van twee abdissen (rechts Sint Aldegonde en links Sint Mundegonde). In het midden van het retabel staat een standbeeld van Sint Pieter, gekleed als paus, met in zijn linkerhand de sleutels en in zijn rechterhand de staf met het driedubbel kruis. Aan de voet van dit beeld staat een beeld dat de verrezen Christus voorstelt. Daaronder, aan de zijkant staan de beelden van Sint Jan de Evangelist en Sint Laurent, met daaronder een medaillon van Sint Jérome. Op het tabernakel staat in het midden het beeld van Christus op het Kruis afgebeeld, met rechts ervan het offer van Isaak door Mozes en links ervan de ark van Noe.

Op de deuren die toegang geven tot de sacristie zijn de beeltenissen van Sint Augustinus en Sint Ambrosius gebeeldhouwd. Boven de linkse deur staat een beeld van Sint Agatha en boven de rechtse deur een beeld van Sint Barbara.

In tegenstelling tot andere kerken staat het altaar van Onze Lieve-Vrouw om een onduidelijke reden rechts. Centraal op dit altaar staat een groot standbeeld van Onze Lieve-Vrouw van Zeven Smarten zonder het lichaam van haar zoon, refererend naar de canon “De Moeder van Smarten stond rechtop”. In een nis boven de Heilige Maagd staat een klein beeldje van Sint Jozef met het kind Jezus, en bovenaan staat een beeld van de Heilige Margareta.

Links staat het altaar van het Heilig Kruis. In het midden van het altaar staat een standbeeld van de Verrezen Christus. Hierboven staan twee engelen met ieder een kruis. In de nis staat een klein beeldje van Sint Jan de Doper en daarboven een beeldje van Sint Georges.

Op de preekstoel zijn vier panelen te bewonderen met de vier evangelisten en bovenaan een standbeeld van Sint Michaël met de draak.

Het reliekschrijn is een gebeeldhouwde rechthoekige houten kist, waarvan het deksel vier naar binnen hellende zijden telt. Rondom het schrijn zijn prachtig gebeeldhouwde ronde luculi aangebracht waardoorheen de relikwieën te zien zijn. Toen de parochie in 1865 verbonden werd met het diocees van Namen, kreeg de pastoor van de bisschop de toestemming drie van deze relikwieën tentoon te stellen die als authentiek beschouwd werden: een stukje van het Kruis van de Heer, een relikwie van Sint Pieter en één van Sint Laurent.

De communiebank, de biechtstoel en het oksaal dateren uit de XIXe eeuw. Het orgel werd gerestaureerd in de XXe eeuw. De kruisweg die rond 1750 in de kerk werd aangebracht, was niet meer in goede staat en werd in 1930 vervangen door de huidige kruisweg, aangekocht in Trois Vierges.

Na een brand in 1954 werd de restauratie toevertrouwd aan de architect Maurice Robert van Gouvy, terwijl de restauratie van het schilderwerk toevertrouwd werd aan Louis Marie Londot uit Namen. Deze artiesten kozen ervoor de altaren en de beelden te herschilderen in de – volgens hen – oorspronkelijke felle kleuren, zodat de kerk van Beho de meest kleurrijke kerk van België is geworden.

De kerk beschikt over twee klokken: een grote, waarvan men niet weet wanneer ze gegoten werd, die de “la” geeft en een kleine die vermeld werd in een register van 1724 en die de “do” geeft. De traditie wil dat men vroeger bij stormweer de kleine klok luidde die volgens deze traditie in staat was om de storm af te weren. Geen enkele klok uit de omgeving kon de kleine klok van Beho op dit punt evenaren.

Het kerkhof rond de kerk bevat een aantal grafstenen van de oude families van Beho, waarvan sommige dateren uit 1638 en 1672.

Herman II van Salm

Volgens de overlevering zou de kerk van Sint Pieter toegeschreven moeten worden aan Herman II, graaf van Salm. Bij zijn terugkeer van de eerste Kruistocht, in het bezit van de heilige relikwieën, ontving hij een dwingend teken van God om de relikwieën in Beho onder te brengen. Toen hij op het punt stond de Glain over te steken ter hoogte van Beho, weigerde zijn paard plots het obstakel te nemen, hoewel het amper een beekje was op die plaats. Woede en bedreigingen konden het dier niet op andere gedachten brengen, hetgeen de nobele Herman totaal van zijn stuk bracht. Voor een paard dat de hele weg vanuit Palestina was gekomen, kon een dergelijke nukkige houding niet als natuurlijk beschouwd worden. De heilige voorwerpen, meegebracht uit Jeruzalem, zouden dan ook niet verder gaan. Herman besloot een kapel op te richten om er de Oosterse relikwieën te bewaren en te vereren… De eerste kerk van Beho was geboren…

 

Pin It on Pinterest

Share This